Ieper telt twee militaire begraafplaatsen binnen de stadsmuren : Ramparts Cemetery, Lille Gate bij de Rijselpoort en deze Ypres Reservoir Cemetery.
Ieper was van oktober 1914 tot de herfst 1918 het centrum van een boog die door Britse, en soms ook door Franse, troepen werd bezet. Het werd meer dan welke frontstad ook vernield. De ruïnes van de lakenhallen en de kathedraal stonden herkenbaar in het midden ervan. De 'Infantry Barracks' bevonden zich in de omgeving van de zuidelijke stadsomwalling. De gevangenis, het 'reservoir' en de watertoren bevonden zich aan de westkant.
Drie begraafplaatsen werden aan de westkant aangelegd : twee tussen de gevangenis en het reservoir en een derde ten noorden van de gevangenis. De eerste twee werden na de oorlog ontruimd en naar de derde overgebracht. Deze begraafplaats heette oorspronkelijk 'Cemetery North of the Prison' en later 'Ypres Reservoir North Cemetery', later kortweg 'Ypres Reservoir Cemetery'.
De aanleg ervan begon in oktober 1915. Ze werd gebruikt door geverchtseenheden en Field Ambulances tot het einde van de oorlog. Toen bevatte ze 1099 graven. Later kwam er een uitbreiding door bijzetting van verspreide graven en kleinere begraafplaatsen in de Salient.
Ramparts Cemetery, Lille Gate ligt ten westen van de Rijselpoort op de vestingen. Onder de begraafplaats lagen er dugouts. Het waren Franse troepen die in november 1914 met de aanleg ervan begonnen. Britse eenheden gebruikten de begraafplaats met intervallen van februari 1915 tot april 1918.
Er worden 193 Commonwealthdoden herdacht. 9 daarvan zijn niegeïdentificeerd.
De begraafplaats heeft een oppervlakte van 1871 m².