In de vroege middeleeuwen was de kat de verpersoonlijking van het kwaad en de kwalen. Door het brengen van kattenoffers werden de boze geesten bezworen. De terechtstellingen gaven steeds aanleiding tot volksfeesten. Aan het einde van de 12de eeuw werden katten uit de belforttoren geworpen en het bleef- met kortere of langere tussenpozen - bestaan tot in 1817, toen het voor de laatste keer plaatsvond.
Nu worden om de drie jaar op de 2de zondag van mei alleen nog pluchen katjes door een Ieperse nar van het Belfort naar beneden geworpen. Het gooien van de katten vormt nu het hoogtepunt van de Kattenstoet, waarin de kattenverering bij de oude volkeren, de rol van de kat in de middeleeuwen, haar plaats in de literatuur en in de volkstaal, in de geschiedenis en in de folklore uitgebeeld worden.
De eerste Kattenstoet vond plaats in 1955 op de 2de zondag van de vasten. Vanaf 1961 tot 1990 werd jaarlijks Iepers mooiste gekozen en zij mocht zich de
kattenkoningin noemen.