Nadat de Noormannen onze gewesten hadden verlaten en vrede en rust waren teruggekeerd, ontstonden her en der landhoeven of villa's. Samen met de hoeven die overal in de buurt verspreid lagen, vormden ze wijken of dorpen. Op hun landhoeve bewoonden de eigenaars wallen.
In 902 zou graaf Boudewijn II van Vlaanderen aan de waterkant van de Ieperlee (rivier) een wal gebouwd hebben. Deze nederzetting lag tussen twee armen van de Ieperlee en was belastingplichtig tegenover de Karolingische keizer. De villakerk, die bij de landhoeve werd gebouwd, kreeg Sint-Maarten als patroonheilige. Het is rond de markt waar zich rond 930 een primitieve gemeenschap zou hebben ontwikkeld, die vooral bestond uit lijfeigenen die aan de landhoeve waren verbonden.
Een oorkonde uit 962, waar over het bodium de Ypris werd gesproken en die als bron werd gebruikt om het duizendjarig bestaan te bewijzen, bleek een vals document te zijn.
Fotopagina:
Voor dit onderwerp zijn er geen foto's beschikbaar.